Werkvorm Routekaart

Doelgroep: lager onderwijs
Met de werkvorm ‘Routekaart’ ga je oorzaken en gevolgen onderzoeken en is een manier om te systeemdenken.

DOEL

Kinderen begrijpen complexiteit door zicht te krijgen op oorzaken en gevolgen:
• oorzaken en gevolgen verbinden en rangschikken.
• blootleggen van onbedoelde gevolgen.
• inzien dat oorzaak-gevolg ketens niet rechtlijnig zijn.

VOOR JE BEGINT

Verken voor jezelf de voorbeeldroutekaart bij de gebeurtenis ‘Jan drinkt een brikje fruitsap’.
Kies een duurzaamheidskwestie waarvan je de gevolgen wil onderzoeken.
Om een routekaart te kunnen tekenen heb je achtergrondkennis nodig over de duurzaamheidskwestie. Werk er op voorhand rond in de klas.

MATERIAAL
/

STAP 1:

Maak klassikaal de klas vertrouwd met de routekaart.
Neem hiervoor als startgebeurtenis een gebeurtenis uit het leven van de klas.
Bijv. We doen voortaan pantoffels aan in de klas …
Vul klassikaal de routekaart in met behulp van volgende richtvragen:
– Wat gebeurt er als …?
– Als … gebeurt, dan ….

STAP 2

De kinderen bedenken per 2 nog een gevolg bij de routekaart op het bord.
Overloop klassikaal de bedachte gevolgen en vul de routekaart op het bord aan.

STAP 3

Duid het eerste gevolg op de routekaart aan en bespreek:
– Vind je dit een positief of een negatief gevolg? Waarom?
Markeer het gevolg groen indien het positief wordt ervaren, rood als het gevolg negatief wordt ervaren.
Kies het verste gevolg in de keten, duid het aan en bespreek het:
– Was dit gevolg een bedoeld gevolg? Waarom wel/niet?

STAP 4

Begin klassikaal aan een nieuwe routekaart rond de gekozen duurzaamheidskwestie.
Laat de kinderen in duo’s of in groepjes meer gevolgen op de routekaart bedenken.
Overloop de nieuw bedachte gevolgen klassikaal en vul de routekaart op het bord aan.
Duid de positieve en negatieve gevolgen met groen en rood aan.
Bespreek:
– Zijn alle gevolgen bedoeld? Welke wel/niet?

STAP 5

Bespreek de duurzaamheidskwestie:
– Wat vind je ervan: is het een probleem dat moet aangepakt worden of niet? Waarom wel/niet?
– Stel dat je het wil aanpakken of oplossen: zie je op de routekaart een plaats waar jij als persoon iets kan wijzigen? Op welke handeling of situatie heb jij als persoon een impact?
Trek een pijl naar die plaats en bespreek op welke manier dat dit de verdere gevolgen beïnvloedt.

REFLECTIE

Reflecteer op het onderzoek van oorzaken en gevolgen aan de hand van volgende richtvragen:

Over het onderzoek van oorzaken en gevolgen:
– We onderzochten de gevolgen van een duurzaamheidskwestie. Hebben we alle mogelijke gevolgen onderzocht volgens jou? Vertel.
– Vind je het belangrijk om de gevolgen van iets te onderzoeken? Waarom wel/niet?
– Vind je het moeilijk? Waarom wel/niet? Indien ja, wat kan het moeilijk/makkelijk maken?
– We beoordeelden de gevolgen als positief of negatief. Kan een gevolg tegelijk positief of negatief zijn? Vertel.
– Kan een gevolg positief zijn voor één persoon en negatief voor een andere persoon? Geef een voorbeeld.
– Ben je al eens in een situatie geweest waarin het beter was geweest om eerst de gevolgen te onderzoeken? Vertel.
– In welke andere situatie zou je dit nog willen doen?
– Zijn er gevolgen die jou verrasten? Welke? Waarom?
– Kan je altijd alle gevolgen op voorhand inschatten/voorspellen? Waarom wel/niet?
– Is het mogelijk dat een positieve handeling negatieve gevolgen heeft? Indien ja, geef een voorbeeld.

Over de routekaart als werkvorm:
– Wat heeft de routekaart jou geleerd?
– Helpt de routekaart jou om gevolgen te onderzoeken? Waarom wel/niet?
– In welke les zou je de routekaart ook kunnen gebruiken?

Bekijk ook:

Voorbeeld van een Routekaart
Wat is systeemdenken
Djapo: wie we zijn en wat we doen