Systeemdenken met kleuters: uitgetest!

Tijdens hun stage bij Djapo ontdekten 6 studenten van de UCLL de mogelijkheden van het systeemdenken. Ze gingen ermee aan de slag en ontwikkelden werkvormen op kleuterniveau. We delen hun verhaal graag met jullie!

De boer en zijn oogst

Studente Machteld ontwierp een uitdagend spel met verschillende boeren uit 4 landen in de hoofdrol. Elk kind was één van de boeren. De kleuters ontdekten al snel dat niet alle boeren dezelfde groenten en fruit kweekten en kwamen er via het systeemdenken ook achter hoe dit kwam: het is namelijk niet overal even warm, het regent soms veel, soms weinig, … Het weer heeft ook gevolgen voor de boer!
Tijdens het spel gooiden de kleuters met de dobbelsteen van fruit / groenten. Als dit kon groeien waar zij woonden, mochten ze het stuk fruit op hun bordje leggen.
Later werd de dobbelsteen van de weeromstandigheden geïntroduceerd: zon met wolken / regen / zon met zachte zonnestralen /geen regen / overstroming. Dit had invloed op hun oogst!
Bij een goede oogst kregen de kleuters na het gooien met dobbelstenen een extra kaartje: van een gelukkige boer, gelukkige dieren, kleren, eten en drinken, … Diegenen die geen kaartje kregen, vroegen zich af waarom. Ze ontdekten dat slecht weer niet enkel de oogst bepaalt, maar ook of de boer gelukkig is of niet, of hij genoeg eten en drinken kan kopen, enzovoort…
Via dit spel kon Machteld de kleuters laten nadenken op hun eigen niveau over de verdere gevolgen van de weersomstandigheden voor de boer en zijn leven!

LVB6h_Dit...komtdoordat
LVB6e_Dit...komtdoordat

Bedankt voor je inspiratie en prikkelende ideeën Machteld!

De boeren en de boerderij

Kelly en Sarina kozen als belangstellingscentrum ‘de boeren en boerderij’. Ze gaven kleuters een prent van een wereldmarkt met daarop kraampjes van 4 boeren uit verschillende landen. De prent was bedekt met een papier met een kijkgaatje erin. Elke boer op die markt had andere groenten / fruit in zijn kraampje.

Door gericht te kijken door het kijkgaatje, kon Kelly vragen stellen over de soorten groenten / fruit van een bepaald kraampje. Kleuters dachten na over hoe de groenten en fruit tot bij ons op de markt kwamen. Op deze manier maakten ze kennis met het marktkraampje (de verkoop) en het feit dat dit maar een onderdeel is van een groter geheel (de markt / het werk van de boer).

Sarina deed een gelijkaardige oefening met een praatplaat rond afval. Kleuters zagen door het kijkgaatje maar een klein onderdeel van de prent. De rest van de tekening bedachten ze er zelf bij aan de hand van Sarina’s vragen: waar het zou kunnen zijn? Wat zou er nog meer op de prent staan? Wat zou er gebeurd zijn? Wat ligt er op de grond? Sarina ervoer het belang van het uitzoomen tijdens deze werkvorm opdat kinderen steeds de link leggen met het groter geheel. De kleuters zagen bij het uitzoomen dat er veel meer papiertjes op de grond liggen dan ze eerst zagen door het kijkgaatje. Tijdens het ondersteunend gesprekje ondervonden ze dat er eigenlijk veel meer afval is dan we kunnen zien!

Kelly was weer aan de beurt: ze gaf de kleuters verschillende uitspraken waarvan ze moesten raden bij welke boer ze horen. De kleuters wandelden tussen de prenten van de boeren die op de grond lagen en stopten bij één van hen.
Bijvoorbeeld: In mijn land schijnt de zon steeds, zo kan ik lekkere bananen oogsten.
Ik houd ervan op met mijn handen te werken op de akker.
Ik houd ervan met machines te werken op de akker.
Sommige uitspraken gelden maar voor één boer, andere voor meerderen. Op deze manier oefenden de kleuters zich in het innemen van verschillende perspectieven.
Tot slot mochten de kleuters bij een boer gaan staan die ze graag zouden zijn. Het was volgens Kelly opmerkelijk dat ze bij elke boer leuke dingen konden vertellen. Het was daarom lastig om voor 1 boer te kiezen!

Lvb 1 - Waar hoor ik bij - Kelly (4)
Lvb 1 - Waar hoor ik bij - Kelly

Sarina en Kelly, bedankt voor het uittesten van deze werkvormen en jullie sprekende voorbeelden!