Leerplandoelen en eindtermen Mei Plasticvrij

Dit zijn de leerplandoelen en eindtermen voor het lager onderwijs bij de lessen rond Mei Plasticvrij/grondstoffen:

ZILL

OWna1
Waardering tonen voor de aanwezigheid van organismen in de omgeving – afkeuring tonen ten aanzien van negatief gedrag tegenover de natuur.

OWna7
Ervaren, onderzoeken, vaststellen en illustreren hoe mensen de natuur en het milieu zowel op een positieve als negatieve wijze beïnvloeden.

IVds1
De complexiteit van gebeurtenissen in de wereld ervaren, vaststellen en uitdrukken welke de gevolgen ervan zijn hier en elders, nu en later.

IVds4
Zorgzaam omgaan met de schepping, zich inzetten voor een leefbare planeet.

IVzv2
Op een efficiënte manier informatie en leerervaringen opnemen, verwerken, weergeven (delen) en deze onthouden en inzetten bij nieuwe ervaringen en in complexere situaties.

IVzv5
Op een constructieve manier met feedback omgaan.

IVoc4
Alleen en met anderen kritisch reflecteren op ervaringen en bevindingen en daaruit leren.

IVoz2
Oog hebben voor wat nieuw origineel is – originele oplossingen bedenken – durven afstappen van het gewone, van wat anderen denken en doen – gericht zijn op originaliteit.

IVoz3
Noden en uitdagingen detecteren en er mogelijkheden en innovatieve oplossingen voor bedenken.

GO!

3.2.8.2
Afval deponeren in de daarvoor bestemde opslagmogelijkheden in de klas en op de school

3.2.8.5
Acties bedenken die zij zelf kunnen uitvoeren om milieubewuster om te gaan met afval, water, energie

3.2.8.14
Met concrete voorbeelden uit hun omgeving illustreren hoe mensen op positieve, maar ook om negatieve wijze omgaan met het milieu.

OVSG

WO-NAT-01.02 De leerlingen gebruiken al hun zintuigen bij het exploreren van de natuur en het milieu.

WO-NAT-01.03 De leerlingen tonen een explorerende en experimentele aanpak om meer te weten te komen over de natuur en het milieu.

WO-NAT-01.08 De leerlingen kunnen op hun niveau (evt. met behulp van een volwassene), eenvoudige bronnen hanteren om meer te weten te komen over de natuur en het milieu.

WO-NAT-08.06 De leerlingen beperken hun afval of trachten afval te voorkomen.

WO-NAT-08.15 De leerlingen geven voorbeelden van schadelijke gevolgen van water-, grond- en luchtverontreiniging, geluidsoverlast en lichtvervuiling.

WO-NAT-08.16 De leerlingen kunnen bij een milieuprobleem in hun omgeving, het probleem en mogelijke oorzaken ervan beschrijven.

WO-MNS-SV-2.7.6 De leerlingen kunnen kritisch nadenken over bepaalde maatschappelijke toestanden.

EINDTERMEN

ET 1.23 Leerlingen tonen zich in hun gedrag bereid om in de eigen klas en school zorgvuldig om te gaan met afval, energie, papier, voedsel en water.
ET 1.24 Leerlingen kunnen met concrete voorbeelden uit hun omgeving illustreren hoe mensen op positieve, maar ook op negatieve wijze omgaan met het milieu.