Doelstellingen en eindtermen derde graad

EINDTERMEN
1.24 Kunnen met concrete voorbeelden uit omgeving illustreren hoe mensen op positieve en negatieve wijze omgaan met milieu

LEERPLANDOELEN
VVKO
7.10 ontdekken en zien in dat veel mensen de aanwezigheid van organismen in hun omgeving waarderen en/of beïnvloeden:
– vaststellen dat menselijke activiteiten oorzaak kunnen zijn van lucht-, water- en bodemverontreiniging (bv. ongevallen met tankers) of de natuur (soms) vernietigen (bijv. aanleg wegen)
7.18 gaan op hun niveau zorgzaam om met hun milieu:
– kunnen vaststellen en uiten hoe ze zelf en andere mensen op pos en neg wijze omgaan met bodem, energie, lucht, water,…
– kritisch durven zijn over de eigen vooropgestelde waarden

GO
3.2.8.11 Aangeven dat bossen en wouden een essentiële rol spelen in het totale milieustelsel (bijv. belang van het regenwoud).
3.2.8.14 Met concrete voorbeelden uit hun omgeving illustreren hoe mensen op positieve, maar ook op negatieve wijze omgaan met het milieu

OVSG
WO-NAT-08.16 De leerlingen kunnen bij een milieuprobleem (in hun omgeving), het probleem en mogelijke oorzaken ervan beschrijven.
WO-NAT-08.03 De leerlingen verwoorden waarom het noodzakelijk is zorg te dragen voor dieren, planten en het milieu.