EDO Bako Odisee Aalst

Kleuters stimuleren om duurzame keuzes te maken en dus het zorgen voor de planeet en haar bewoners al op zeer jonge leeftijd in de klas brengen. Hogeschool Odisee Aalst maakt er werk van!

In de opleiding BAKO is er veel aandacht voor EDO (Educatie voor Duurzame Ontwikkeling). De denkvaardigheden die hierbij van belang zijn, komen bij de studenten vooral in het laatste jaar aan bod.

Studenten 3 BAKO kregen verschillende sessies van Djapo, meestal gekoppeld aan een opdracht die ze konden uitvoeren tijdens hun stage. De sessies die de studenten binnen verschillende opleidingsonderdelen kregen:

– Initiatie systeemdenken
– Initiatie filosoferen met kinderen
– SDG’s en schoolbeleid
– Projectontwerper (uit welke verschillende stappen bestaat een project) rond het thema Water
– Kinderrechten

Op die manier kregen de studenten via verschillende wegen handvaten om in hun stageklas werk te maken van EDO.

Zo gingen de studenten voor de eerste keer filosoferen in de kleuterklas, na de initiatiesessie van Djapo. De studenten deden een voorbereidende activiteit en voerden daarna een echt filosofisch gesprek met de kleuters!

Silcke werkte in haar klas rond de filosofische vraag: wanneer is speelgoed kapot?

“De hulpvragen bij de filosofische vraag hielpen om de kinderen bij het onderwerp te houden en om verdiepend na te denken.  Het was een goede kapstok om het gesprek te leiden. Het gesprek verliep in het algemeen vlot. Ik merkte op dat de kleuters wel mee waren met het onderwerp. Zo bedachten ze allerlei alternatieven om het speelgoed te hergebruiken. Zaken waar ik zelf niet aan had gedacht. De activiteit met de voorbereidende opdracht van hypotheses op te stellen, duurde 40 minuten. Ik was geschrokken dat de kinderen zo lang geboeid konden blijven.”

Jolien stelde de kleuters de filosofische vraag: wat is een cadeau?
“Ik was enorm zenuwachtig om het filosofisch gesprek uit te voeren. Ik was bang dat ik de vragen die ik voorbereid had, zou vergeten. Daarom had ik besloten om een spiekbriefje te maken voor mezelf. Tijdens het gesprek gingen de zenuwen wel al een beetje liggen. Ik was vooral ook bang dat de kleuters mij geen antwoorden gingen geven tijdens het gesprek. Al bij al viel dit heel goed mee!”

Enkele antwoorden op de eerste vraag waren:

  • Er zit iets in.
  • Het moet mooi ingepakt zijn.
  • Het maakt me blij.

“De kinderen hebben bij deze activiteit ook waarden en normen leren kennen. Ze kwamen samen tot de conclusie dat oud speelgoed ook een cadeau kan zijn, een cadeau niet mooi ingepakt hoeft te zijn, cadeaus geven leuk is, en dat je tevreden kan zijn met wat je krijgt. Op zich ben ik nog tevreden met hoe de activiteit verlopen is. De lesvoorbereiding van Djapo heeft mij heel goed geholpen om deze activiteit te kunnen uitvoeren. Als ik in de toekomst filosoferen meerdere keren inplan en dit ook meerdere keren heb uitgevoerd, zal dit wel nog vlotter verlopen.”

Sander dacht met kleuters na over de filosofische vraag: wat is mooi?
“De kleuters zeiden dat je iets mooi kan vinden dat een ander ook mooi vindt en dat je iets mooi kan vinden dat een ander lelijk vindt. Kleuters verwoordden dat ze zelf beslissen wat ze mooi vinden. Het is niet omdat een vriendje iets mooi vindt dat de kleuters vinden dat ze dat dan ook mooi moeten vinden. Eén kleuter vond dat iets dat niet mooi is, lelijk is. De andere kleuters twijfelden. Bij het aanhalen van voorbeelden ontdekten ze dat wanneer je iets niet echt mooi vindt, je het daarom niet lelijk hoeft te vinden.”

“Bij het uitstallen van de gekozen voorwerpen op de tafel, zeiden de kleuters wat ze bij de anderen mooi vinden en wat niet. Kleur was een reden die de kleuters regelmatig aanhaalden om te verwoorden waarom ze iets mooi vinden. Maar ze vonden nog redenen, zoals de vorm, het feit of het krassen heeft of niet…”

“Zelf vond ik dit een zeer interessante en leuke activiteit. Ik was ervan overtuigd dat de betrokkenheid hoog zou zijn bij het verzamelen van voorwerpen, deze voorwerpen uitstallen en vertellen wat ze mooi vinden. Ik had niet verwacht dat de kleuters ook met zoveel enthousiasme er dieper op zouden ingaan en het toch duidelijk zouden verwoorden.”