Doelstellingen en eindtermen

Katholiek Onderwijs Vlaanderen

WO

  • 1.2 Kinderen zien in dat mensen arbeid verrichten om in hun levensonderhoud te voorzien:
    – Leerlingen kunnen illustreren dat er eerlijke en minder eerlijke vormen van productie zijn.
  • 1.4 Zijn er zich van bewust dat arbeidsomstandigheden kunnen verschillen:
    – Ze weten dat arbeid soms in gevaarlijke of ongezonde omstandigheden wordt uitgevoerd.
    – Ze weten dat sommige jobs (te) goed en andere andere onderbetaald worden
  • 1.8 Kinderen beseffen dat welvaart ongelijk verdeeld is.

GO!

  • 3.1.3.70 Zich inleven in de leefwereld van leeftijdsgenoten in ontwikkelingslanden.
  • 3.1.3.73 Illustreren met voorbeelden dat de welvaart op wereldvlak ongelijk verdeeld is.
  • 3.1.3.77 Uitleggen hoe eerlijke handel de levensomstandigheden van producenten in ontwikkelingslanden kan verbeteren.

OVSG

  • WO-MAATSCHAPPIJ-1.1 8
    De leerlingen weten dat gelijkaardig werk niet overal, noch voor iedereen, op dezelfde wijze gehonoreerd wordt.
  • WO-MAATSCHAPPIJ-1.4 25
    De leerlingen kunnen illustreren dat welvaart zowel over de verschillende landen in de wereld als in Belgiƫ ongelijk verdeeld is.

Eindtermen

  • WereldoriĆ«ntatie ET 1.24, ET 1.25, ET 4.4
  • Leren leren 1
  • Sociale vaardigheden