Zelf bewuste keuzes maken

Denkonderwijs als aanpak voor Educatie voor Duurzame Ontwikkeling

Themaweken rond het belang van bijen en het teveel aan plastic. Acties tegen voedselverspilling en voor gelijke rechten voor iedereen. Berichten over een dreigend watertekort en het klimaat dat verandert.   Duurzaamheidsvraagstukken komen vaak via de actualiteit de klas binnen. Denkonderwijs is voor Djapo dé aanpak om aan Educatie Duurzame Ontwikkeling (EDO) te doen. Een aanpak die al kan starten in de kleuterklas en waar je leerlingen hun verdere leven hun voordeel mee doen. Ellie Lefèvre en Sara De Piere van team Ontwikkeling, Onderzoek en Innovatie, leggen uit waar Djapo, denkonderwijs en Educatie Duurzame Ontwikkeling voor staan.

Duurzaamheidsvraagstukken zijn vaak complex. Moeten kleuters en kinderen uit de lagere school daar al mee bezig zijn?

Sara: “Duurzaamheidsvraagstukken zijn inderdaad complex. Eén van de zaken die ze complex maken, is dat er geen eenduidige antwoorden zijn. Daarmee leren omgaan kan al bij jonge kinderen. Zorg bijvoorbeeld voor een klascultuur waarbij je er een gewoonte van maakt om bij een probleem niet tevreden te zijn met één oplossing. Daag kinderen uit om er minstens twee te zoeken. Dat kan gaan van een praktisch probleem zoals papiertjes op de grond op de speelplaats tot een probleem tussen kinderen onderling, of een onderwerp dat thuis leeft.”

Ellie: “Duurzaamheidsvraagstukken zoals zwerfvuil, plots geen water uit de kraan, uitsluiting omwille van een bepaalde fysieke kenmerken, een bos dat gekapt wordt …  maken deel uit van het leven van kinderen. Alleen al vanuit het idee om te vertrekken van de leefwereld van kinderen is het interessant om in de klas met duurzaamheidsvraagstukken aan de slag te gaan. Het is belangrijk om onderwerpen die leven en keuzes die gemaakt worden in hun directe omgeving, samen met de kinderen te bespreken en te evalueren. Waarom wordt het bos achter de school gekapt? Wat gaat er met het stukje grond gebeuren? Wie speelde, wie wandelde …  er? Wie gaat er na de kap kunnen genieten van het stuk grond?”

“Denken zichtbaar maken, stimuleert het denken”

De werkvormen die Djapo aanreikt zijn vaak erg visueel. Welke functie heeft dat?

Ellie: “Wat je benoemt, wordt zichtbaar. Wat zichtbaar is, wordt bespreekbaar. Het hart van denkonderwijs is het expliciet maken van denkprocessen: je maakt met taal, woorden, beelden… je denken zichtbaar. Op die manier stimuleer je het denken en maak je het anderen mogelijk om met je mee te denken. In het voorbeeld van het stukje bos dat gekapt wordt, zien kinderen in een oogopslag dat er verschillende belangen spelen, welke gevolgen de boskap heeft, maar ook dat er verschillende keuzes mogelijk zijn. Op die manier bieden duurzaamheidsvraagstukken enorme leerkansen en zullen kinderen hun eigen keuzes bewuster en doordachter kunnen maken.”

Sara: “Bovendien kan je – als leerling én als leerkracht – het leerproces beter in kaart brengen en monitoren. ‘Eerst dacht ik dit, vervolgens dat. Hier heb ik doorstreept, dus ben ik van gedacht veranderd’, enzovoort. Een visuele structuur biedt bovendien vaak meer mogelijkheden om complexe ideeën en verbanden vast te leggen dan woorden of zinnen.”

“Van korstjes in de brooddoos tot pannenkoeken”

“Stel dat er in de kleuterklas ‘s middags veel korstjes in de brooddoos blijven zitten, dan kan je met de kleuters nadenken over wat je daarmee kan doen. Evident lijkt het dan om ze naar de groencontainer te brengen. Maar als je verder gaat nadenken, kan je samen met de kinderen tot andere ideeën komen. Als je dat visueel voorstelt, zien ze bijvoorbeeld een link tussen hun eigen korstjes die ze niet opeten –> eten geven aan de kippen –> eitjes van de kippen –> pannenkoeken bakken in de klas. Op die manier zien ze het systeem gevisualiseerd. Kinderen kunnen zo met hun eigen ogen en telkens opnieuw ontdekken dat dingen die gebeuren altijd beïnvloed zijn door verschillende factoren en dat ze verweven zijn met elkaar. Het visueel maken, betekent ook dat je je denkprocessen kan bijsturen én kan toepassen op nieuwe situaties of in andere contexten. Denkonderwijs stelt zo kinderen in staat om zelfstandig, succesvol en efficiënt hun eigen denkprocessen vorm te geven als er zich een vraag of probleem stelt.”

Wat maakt van onderwijs dan denkonderwijs?

Ellie: “Wie aan denkonderwijs doet in de klas, wil de leerlingen ondersteunen om zich te ontpoppen tot personen die willen en kunnen nadenken over vragen of problemen die zich stellen. Dat doe je enerzijds door motiverende denkopdrachten aan te bieden, en anderzijds door expliciet aandacht te besteden aan de denkprocessen van de leerlingen. Je verwacht dan niet enkel het antwoord op de vraag, maar je toont ook interesse en waardering voor de weg die leerlingen hebben afgelegd om tot dat antwoord te komen. Als je de denkprocessen van de leerlingen zelf laat komen en op de denkprocessen gaat reflecteren, doe je aan denkonderwijs.”

“Het is niet omdat je kán denken, dat je het doet”Van korstjes in de brooddoos tot pannenkoeken”

Sara: “Maar werken aan denkvaardigheid alleen is niet voldoende. Het is niet omdat je kán denken over duurzaamheidsvraagstukken, dat je het doet. Ook de attitude, de denkhouding, is essentieel. Vind ik het belangrijk om naar een antwoord te zoeken en erover na te denken? Wil ik dat? Hoe pak ik dit instinctief aan? Die denkhouding kan eigenlijk een deel van je persoonlijkheid worden. Een denkende mens is niet alleen iemand die kán denken, het is ook iemand die het wil én die het effectief doet.”

“De school als veilige experimenteeromgeving”

Sara: “De school kan daarin een soort van veilige experimenteeromgeving zijn. Het is niet ons doel om kinderen oplossingen te laten bedenken voor de complexe duurzaamheidsvraagstukken die vandaag spelen. Dat is niet de taak van het onderwijs. Het is wel de bedoeling om hen de gang van zaken en hoe wij de dingen als mens aanpakken, kritisch te laten bekijken en hen met de vraagstukken aan de slag te laten gaan. Stel dat je het over waterverspilling hebt in de klas. Het is niet de bedoeling dat kinderen dit probleem gaan aanpakken, maar wel dat ze erover nadenken, vanuit hun eigen leefwereld en ervaringen. Dan komen ze misschien tot een idee om een gemeentelijke zwemvijver aan te leggen in plaats van dat iedereen zijn eigen zwembadje vult. Ze denken erover na, maar ervaren bijvoorbeeld ook hoe anderen ernaar kijken, welke dingen ze stap voor stap kunnen doen en welke gevolgen die stappen kunnen hebben.”

Is denkonderwijs ook nuttig wanneer het niet over duurzame ontwikkeling gaat?

Sara: “Zeker! Bij élke vraag start je een denkproces, zowel op school als in het dagelijkse leven. Of het nu een knutselopdracht, rekentaak, een ethisch probleem of een praktische moeilijkheid is. Het is altijd interessant om te weten welke stappen of denkprocessen je nodig hebt om tot een antwoord te komen. Reflecteren op je eigen denkproces is daarbij zeer interessant. Hoe ben ik tot deze oplossing gekomen? Is er nog een andere manier om deze vraag of dit probleem aan te pakken? Wat zou dan de beste manier zijn? Enzovoort. Op basis daarvan kan je je denkproces bijsturen en nog effectiever maken. Door zo expliciet en doelbewust over denkprocessen na te denken en te praten, is het bovendien gemakkelijker om nadien ook de transfer te maken naar andere situaties of omstandigheden.”

“Bij elke vraag start een denkproces”

Ellie: “Anderzijds kan je van elke abstracte denkopdracht, bijvoorbeeld een rekenoefening, een levensecht vraagstuk maken door het te koppelen aan duurzame ontwikkeling. Duurzaamheidsvraagstukken bevatten enorm veel kansen om het over rekenen, taal, wereldoriëntatie of wat dan ook te hebben. Een EDO-gerichte leerkracht is iemand die gericht zoekt naar aangrijpingspunten in dagelijkse onderwerpen die aan bod komen, om kleuters en kinderen in de lagere school te laten denken in systemen, op zoek te laten gaan naar meerdere opties of om een link te leggen naar duurzaamheid.”

Meer lezen? Het volledige interview kan je lezen in onze magazines PUNT voor kleuteronderwijs, lager onderwijs en secundair onderwijs.