Werkvorm De Rechtbank

Doelgroep: lager onderwijs

De rechtbank is een werkvorm systeemdenken met focus op het denkinstrument ‘perspectieven onderzoeken’.

DOEL
Kinderen
– onderzoeken verschillende perspectieven.
– zoeken naar argumenten, leven zich in, stellen vragen.

VOOR JE BEGINT
Kies een probleem of een duurzaamheidskwestie waarin max. 6 verschillende belangen aan bod komen. Bijv. klimaatopwarming, ontbossing…
Bepaal 6 personages met belangen in de duurzaamheidskwestie. Bijv. autoconstructeur, ziek kind, vrouw die met de auto gaat werken…
Bedenk een wet rond deze verschillende (tegenstrijdige) belangen. Bijv. Het braakliggend terrein naast het oerwoud wordt palmolieplantage.
Voorzie input/materiaal rond elk personage waarin de belangen in de duurzaamheidskwestie verduidelijkt worden.

MATERIAAL

• 1 foto per personage (maximum 6)
• input-materiaal rond elk personage
• attribuut dat elk personage typeert
• toga en hamer voor de rechter

STAP 1
Stel jezelf voor als rechter. Vertel dat er een nieuwe wet komt. Voor de wet definitief wordt, wil de rechter de verschillende partijen samenroepen om te discussiëren.
Verdeel de klas in 6 groepen: elk groepje vertegenwoordigt een ander personage dat vanuit een eigen perspectief naar de kwestie kijkt.

STAP 2

Deel het input-materiaal rond de personages uit. De kinderen lezen en bespreken het materiaal in groep.

STAP 3

De kinderen bereiden zich voor op de rechtbank aan de hand van volgende richtvragen:
1. Wie ben je?
2. Wat is volgens jou het probleem met de nieuwe wet? Hoe heb jij daarmee te maken?
3. Welke oplossing stel je voor? Welke wet stel jij voor?
4. Wat is jouw boodschap voor de rechter?
Tip:
De kinderen maken een tekening om aan de andere aanwezigen hun standpunt te verduidelijken. De tekening kan een afbeelding zijn van hun voorstel voor een nieuwe wet, maar kan ook verduidelijken op welke manier de nieuwe wet een impact op hen heeft.

STAP 4

Richt de klas in als een rechtbank (bijv. banken in u-vorm). Herhaal als rechter de wet en vertel dat je graag de standpunten van alle partijen wil horen.
Elke groep kiest 1 kind dat hun personage voor de rechtbank zal vertolken.
De personages komen één voor één naar voor met hun attribuut en stellen hun standpunt voor aan de anderen op basis van de antwoorden op de vragen.
De andere kinderen van de groep spelen de rol van advocaat van hun personage en staan hen bij.

STAP 5
De rechter vat de verschillende voorgestelde wetten samen.
De personages overleggen in eigen groep welke van de voorgestelde wetten ze goed vinden en passen indien nodig hun eigen voorstel aan.

STAP 6

Elke groep stelt zijn nieuwe voorstel voor en samen proberen ze tot een compromis te komen.

REFLECTIE
Reflecteer over het perspectieven-onderzoek dat ze tijdens deze werkvorm hebben gedaan aan de hand van volgende richtvragen:
Over het perspectieven-onderzoek
– Elk groepje speelde een ander personage en had een ander standpunt t.a.v? de ‘kwestie’. Kan je nog andere personages met andere/gelijkaardige standpunten bedenken? Welke?
– Vind je het belangrijk om de verschillende standpunten over deze kwestie te verkennen? Waarom wel/niet?
– Is het moeilijk om het standpunt van iemand anders te begrijpen? Wanneer wel/niet?
– Wat kan het moeilijker/makkelijker maken om het standpunt van iemand anders te begrijpen?
– Is het makkelijk om een oplossing te vinden die voor alle partijen goed is? Waarom wel/niet?
– Wat maakt het moeilijk/makkelijker om tot een compromis te komen?
– Is een compromis altijd goed? Waarom wel/niet?
– Kan je een ander probleem bedenken waar ook verschillende standpunten over mogelijk zijn? Vertel.
– Wat zou er gebeuren indien niemand zich kon inleven in een ander standpunt?
– Ben jij al eens in een situatie geweest waarin het belangrijk was om de verschillende standpunten te onderzoeken? Vertel.
– Wanneer zou je dit nog kunnen doen?
Over de werkvorm
– Hoe hebben we tijdens deze les de verschillende standpunten verkend?
– Heb je hier iets uit geleerd? Vertel.

Bekijk ook:

Wat is systeemdenken?
Wie we zijn en wat we doen