Achtergrondinformatie wonen

1. Imiteer de natuur!

Biomimicry neemt de natuur als inspiratiebron en maatstaf voor innovatie. Het woord is afgeleid van de Griekse termen bios (leven) en mimesis (imitatie). Het gaat er bij Biomimicry niet om wat we kunnen extraheren van de natuur, maar om wat we van de natuur kunnen leren. Hiervan zijn al vele voorbeelden bekend.

• Hoe kunnen we bijvoorbeeld de spiraalvorm die we overal in de natuur tegenkomen gebruiken om vloeistoffen in buizen sneller te laten stromen (bijvoorbeeld in de procesindustrie)?

• Hoe lukt het een spin om een draad te maken die sterker is dan kevlar, maar flexibeler dan nylon en met als grondstof slechts een paar simpele organische basiselementen en bij kamertemperatuur?

• Welke nanostructuur gebruikt het blad van een Lotusplant en kunnen we die structuur gebruiken om zelfreinigende gebouwen te creëren?

• Hoe kunnen we zelfhelende materialen maken?

De natuur heeft al 3,8 miljard jaar ervaring met het bedenken van slimme oplossingen en naar schatting 10 tot 30 miljoen succesvolle productintroducties (diersoorten) op haar naam staan. Van die 3,8 miljard jaar loopt de mens nog geen 150.000 jaar op deze aardbol. Dat is dus maar een fractie, dus geen wonder dat onze technologie zo ver achterloopt bij die van de natuur – waar we uiteraard zelf ook onderdeel van zijn, al vergeten we dat vaak.

Geïnspireerd door het werk van de wetenschapper Janine Benyus noemde een bedrijfsmanager twee manieren waarop we de natuur kunnen benutten als bron voor productinnovatie:

• De natuur als mentor: Biomimicry is een nieuwe wetenschap die de natuur bestudeert om haar principes te imiteren of om inspiratie te halen uit haar materialen, vormen, processen en systemen met als doel er menselijke problemen mee op te lossen.

• De natuur als maatstaf: Biomimicry gebruikt een ecologische standaard om de ‘juistheid’ van innovaties te beoordelen. Alles wat geen ‘fit’ heeft met zijn omgeving valt af.

Naast toepassingen in materialen, bouwstenen, vormen, processen en systemen wordt er inmiddels ook in de stedenbouw goed gekeken naar natuurlijke voorbeelden. Een bekend voorbeeld hiervan is de klimaatbeheersing die mieren en termieten weten te bereiken met hun behuizing. De natuur inspireert architecten tot nieuwe gebouwen.

Van belang is te onderkennen dat organismen in de natuur hun leefomgeving benutten, maar zonder afbreuk te doen aan de leefomgeving. Of zoals Janine Benyus het zelf uitdrukt: “The most important thing, besides all of these adaptations, is the fact that these organisms have figured out a way to do the amazing things they do while taking care of the place that is going to take care of their offspring”.

Het wordt hoog tijd dat we de natuur ook als inspiratiebron en maatstaf gaan gebruiken voor de manier waarop we onze sociale systemen organiseren. Wat kunnen we bijvoorbeeld van apen en mieren leren als het gaat om effectiviteit en efficiëntie van organiseren? Welke analogie met de natuur helpt ons om de geboorte, de ontwikkeling en de teloorgang van bedrijven beter te begrijpen?

Bron: http://www.innovatieforganiseren.nl/innovatie-en-literatuur/biomimicry-innovatie-volgens-janine-benyus/

2. Wat is duurzaam bouwen?

De Federatie van kmo-bouwbedrijven reikt enkele elementen aan van wat duurzaam bouwen is: “Duurzaam bouwen is zodanig bouwen dat u optimaal gebruik maakt van ruimte, energie, water en materialen. Wilt u duurzaam bouwen, dan moet u dus aan deze vier voorwaarden voldoen:

– rationeel ruimtegebruik,
– rationeel energiegebruik,
– rationeel watergebruik,
– milieuvriendelijke materialen.”

1) Rationeel ruimtegebruik:

Op vlak van ruimtegebruik betekent duurzaam bouwen, bouwen met een hoge densiteit, of met andere woorden: bouwen dichtbij of in de stad. Dit heeft verschillende redenen.

Hoe dichter mensen bij elkaar wonen, hoe minder oppervlakte bebouwd wordt, en dus hoe meer natuur er behouden blijft.

Bovendien beperkt dichte bebouwing de verplaatsingsafstand. Woont u in een dicht bebouwd gebied, dan vindt u in uw buurt doorgaans al heel wat winkels, faciliteiten, sportterreinen, werkgelegenheid… binnen fiets- of zelfs wandelafstand. Woont u daarentegen midden in de natuur, dan zal u al gauw de auto nodig hebben om naar de winkel, het sportcentrum of de post te gaan. Een energiezuinige woning bouwen in het midden van de natuur, waarbij de bewoners twee auto’s nodig hebben en dagelijks 50 km moeten rijden om te gaan werken, is dus niet duurzaam.

Verder laat dichte bebouwing ook een heel efficiënte infrastructuur toe. Wegen, fietspaden, trottoirs, maar ook gas-, water- en elektriciteitsleidingen, rioleringen, straatverlichting, … kunnen over een korte afstand heel wat mensen bedienen. Hetzelfde geldt voor het openbaar vervoer.

2) Rationeel energiegebruik:

U maakt de energiebehoefte zo laag mogelijk. Enkele voorbeelden:

• Een compact gebouw is een gebouw dat een kleine buitenschil heeft in verhouding tot het volume. De meest compacte vorm is deze van een doos. Hoe meer hoekjes en kantjes er aan een gebouw zijn, hoe groter namelijk de oppervlakte van gevels, daken en vloeren in verhouding tot het totale volume, en dus hoe meer warmte er relatief gezien verloren kan gaan.

• Verder kan u een gebouw zo isoleren, dat er heel weinig warmte verloren gaat in de winter, en dat er heel weinig warmte binnen komt in de zomer. Hierbij is niet alleen de dikte van de isolatie van belang, maar ook het vermijden van koudebruggen.

• Beperken van de warmteverliezen door leidingen te isoleren en de lengte ervan te beperken (boiler vlakbij bad).

• Gebruik van natuurlijk daglicht: niet alleen de hoeveelheid licht en de plaats waar het binnenvalt, maar ook de weerkaatsing ervan op licht getinte muren en (inbouw)meubilair. Een doordacht geplaatste zonwering vermijdt oververhitting.

De weinige energie die u toch nodig hebt, gebruikt u zo efficiënt mogelijk: energiezuinige toestellen, spaarlampen, …

Bovendien kan u er voor zorgen dat de energie die nodig is zoveel mogelijk afkomstig is uit hernieuwbare energiebronnen.

3) Rationeel watergebruik:

Het gaat erom de nood aan water zo laag mogelijk te maken, door een spaardouche te plaatsen, een waterbesparend toilet, kraanwerk met een debietregelaar of elektronische sturing, gebruik maken van regenwater of van gezuiverd afvalwater, …

4) Milieuvriendelijke materialen:

Bij de keuze van duurzame materialen zijn er verschillende milieuparameters van belang.

• Producten op basis van hernieuwbare grondstoffen zoals hout of wol of afvalstoffen (pellets, papier, …) scoren op dit vlak beter dan kunststoffen uit de petrochemische industrie.

• Het productieproces van een materiaal:soms zijn energieverslindende processen nodig om het bruikbaar te maken voor toepassing in de bouw. Of er kunnen milieuverontreinigende producten aan toegevoegd zijn, om het materiaal te ‘verduurzamen’.

• Transport: milieuvriendelijke producten kunnen minder duurzaam zijn als ze per vliegtuig van de andere kant van de wereld komen gevlogen.

• Eens het materiaal toegepast is, moet het uiteraard een lange levensduur hebben, waarbij de initiële eigenschappen lang behouden blijven. En wordt het gebouw waarin het materiaal is toegepast tot slot afgebroken, dan wordt ook de recyclagemogelijkheid of de afbreekbaarheid ervan van tel.

Bron: http://www.bouwunie-duurzaambouwen.be/WebForm.aspx?ID=12

3. Een voorbeeld: de renovatie van het Ecohuis in Antwerpen:

Omdat het Ecohuis een renovatieproject is, bleef de consumptie van bouwmaterialen relatief beperkt. Bij de materiaalkeuze werd zoveel mogelijk rekening gehouden met de milieuaspecten. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de eigenschappen van het eindproduct, maar naar de hele levenscyclus: hoe wordt het product gewonnen of gemaakt, hoe wordt het na gebruik verwerkt, …?

Welke materialen gebruikte het Ecohuis voor verbouwingen?

• Leemverf: leem ademt en houdt de luchtvochtigheid op peil en het is vocht- en warmteregulerend. Omdat leem een kleverige substantie is, moeten er geen chemische oplosmiddelen en lijmen gebruikt worden. Leemverf is samengesteld uit water, leem, krijt en porseleinaarde. Er is weinig energie voor nodig en er komt geen petrochemie aan te pas.

• De ramen zijn uit gelamelleerd en gevingerlast kastanjehout gemaakt. Dit zijn korte stukjes hout, die met gekartelde uitsparingen in elkaar passen. Deze gevingerlaste en aan elkaar gelijmde lagen garanderen een sterk geheel, stabieler zelfs dan het meeste massieve hout. Een ander voordeel is dat je dus niet altijd een volledige boom moet vellen, maar ook de takken kan gebruiken of de boom afknotten.

• De muren van de traphal zijn gemetst met experimentele bakstenen die voor de helft bestaan uit (vervuild) baggerslib uit het Schijn (in de Antwerpse haven). Dit zwaar vervuilde slib kreeg op die manier de functie van recyclagemateriaal. Voor de overige 50% wordt gewone klei gebruikt. Bij het bakken benut men de energie-inhoud van het slib en moet er dus minder fossiele brandstof worden ingezet. De gifstoffen in het slib verbranden bij het bakken, of ze worden ingebakken (gevitrifieerd) zodat ze niet meer kunnen vrijkomen. En zelfs als ze zouden vrijkomen dan kunnen ze dankzij deze kristalstructuur geen gevaar meer opleveren. Door het gebruik van het baggerslib moet er minder klei ontgonnen worden en wordt dus minder schade aangericht aan het landschap, maar heb je ook een nuttige verwerking van het gevaarlijk afval.

Dit experiment heeft ecologisch en economisch alleen zin als de stenen dicht bij de slibwinning gebakken kunnen worden.

• Linoleum: behalve op de benedenverdieping ligt in het EcoHuis overal linoleum. Linoleum is een milieuvriendelijk en natuurlijk materiaal, gemaakt uit lijnolie, houtmeel, kurk, natuurlijke harsen, kalksteen en kleurstoffen.

Bron: http://ecohuis.antwerpen.be/Ecohuis/Ecohuis-Hoofdnavigatie/Bezoek-het-EcoHuis/Bezoek-Ecohuis-Historiek/Ecologisch-gebouw.html

4. Interessante sites :

“Bouwen of verbouwen, het is niet simpel. Lees hier de avonturen, frustraties, vorderingen en overwinningen van onze bloggers. Zij gingen voor een ecologische woonst.”

Bron: http://www.milieuadvieswinkel.be/index.php/02.01.05

VIBE vzw (Vlaams Instituut voor Bio-Ecologisch Bouwen en Wonen) informeert over gezond en milieuverantwoord bouwen en wonen. “We behandelen alle onderwerpen die hiermee te maken hebben: niet alleen energie- en waterbesparing, maar ook ruimtegebruik, ecologische stedenbouw en gezonde bouwmaterialen. Dit vanuit het standpunt van gezondheid én milieu. In onze databank kan je op zoek gaan naar bio-ecologische producten, leveranciers, verkooppunten, aannemers, architecten, … die een VIBE-erkenning bezitten.” Bron: www.vibe.be

5. Levenscycli van producten

Voor meer informatie over de levenscyclus van producten (Cradle to cradle) zie achtergrondinformatie bij het thema ‘techniek’.