Achtergrondinformatie klimaattop

1. Klimaatconferenties
In de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw kwamen klimatologen tot de conclusie dat de aarde opwarmt. Al snel werd een verband ontdekt tussen deze opwarming en de toename van CO2 in de atmosfeer. In 1992, twintig jaar na deze ontdekkingen, kwamen bijna alle landen bijeen en zij verenigden zich in de VN-klimaatconferentie de zogenaamde UNFCCC (United Nations Framework Convention on Climate Change). In dit klimaatverdrag staat beschreven dat de partijen samen moeten werken om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen om daarmee de opwarming van de aarde tegen te gaan.

In 1997 tekende de VN-Klimaatconferentie het Kyoto-protocol met als opvallende afwezige de Verenigde Staten. Tijdens de klimaatconferentie van Doha in 2012 werd besloten het Kyoto-protocol te verlengen tot 2020. Hier werd afgesproken dat tijdens de conferentie in Parijs een nieuw verdrag moet worden gesloten. Vanaf 2020 zal dit nieuw klimaatverdrag in werking treden.

2. Doelstellingen voor conferentie in Parijs
De belangrijkste doelstelling in Parijs is om tot een nieuw klimaatverdrag te komen, dat in 2020 van kracht kan gaan.

De VN publiceerde op 5 oktober 2015 een aangepast ontwerp over de doelen van het klimaatverdrag. Deze aanpassingen werden gedaan na kritiek op de vorige ontwerpen, die te lang en omslachtig waren. In het nieuwe ontwerp wordt naast de verlaging van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen ook gesproken over een controleproces.
Dit controleproces houdt in dat in de jaren na de klimaattop de nationale overheden hun nationale doelen voor het verlagen van de broeikasgassen iedere vijf jaar moeten communiceren. Verder moeten armere landen financieel ondersteund worden om de doelstellingen te halen. Overheden en de private sector moeten daaraan bijdragen.

3. Kritiek op de klimaatverdragen
Hoewel het Kyoto-protocol door bijna alle landen wordt erkend, is een veel gehoorde kritiek dat het verdrag niet ver genoeg gaat om klimaatverandering tegen te gaan. Ander punt van kritiek is dat de gestelde doelen niet logisch zijn, met als gevolg te weinig CO2-reductie. Anderen vinden de doelen juist te ver gaan, het Kyoto-protocol zou namelijk leiden tot ongewenste afname van de economische groei.

Klimaatovereenkomsten zijn vaak voorzichtig en er bestaan grote verschillen tussen de wensen van de deelnemers. In 2013 stapten tijdens de conferentie in Warschau een aantal non-gouvernementele organisaties, waaronder Greenpeace, Oxfam Novib en het Wereldnatuurfonds, op omdat ze van mening waren dat rijke landen niet genoeg inzet toonden om klimaatverandering te bestrijden.

4. Europa en het klimaatverdrag
De EU heeft het Kyoto-protocol ondertekend. Bij de totstandkoming van dat protocol was de EU een vooruitstrevende partij, en ook nu wil de Europese Unie een leidende rol aannemen. Zo was de EU een van de drijvende krachten die de VN wilde laten onderhandelen over een nieuw klimaatverdrag dat in 2015 moet worden afgerond. Met name de grote West-Europese landen willen vastleggen dat de uitstoot van CO2 in 2030 40 procent lager moet liggen dan in 1992. Voor een aantal Oost-Europese landen ligt dit punt nog iets gevoeliger.
In maart 2015 heeft de EU na goedkeuring van de milieuministers in Brussel, een voorstel bij de VN ingediend om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 40 procent te verminderen.

Op 18 september 2015 stelde de raad Milieu de positie van de Europese Unie voor de klimaattop in Parijs vast. Het belangrijkste doel van de EU is om de opwarming van de aarde onder de 2°C te houden. Hiervoor is het belangrijk dat de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen in 2050 afneemt met ten minste 50 procent ten opzichte van 1990. In 2100 moet de uitstoot zijn teruggebracht tot het niveau van 1990.

Het Europees Parlement heeft op 14 oktober 2015 een resolutie aangenomen over de klimaattop. Het EP schaart zich achter het doel om de uitstoot van broeikasgassen met 40 procent te verminderen in 2030. Verder wil het EP dat in 2030 30 procent van de energie opgewekt wordt door duurzame energiebronnen. Om dit te bereiken wil het EP een deel van de opbrengsten van het emissiehandelssysteem aanwenden voor klimaatmaatregelen. Bovendien vindt het EP het belangrijk om duidelijke afspraken te maken met de internationale transportsector, zij zijn immers verantwoordelijk voor een groot deel van de uitstoot.

Het verdrag moet volgens de resolutie vijf jaar gelden en juridisch bindend zijn. Ook moet het compleet afbouwen van de CO2-uitstoot in 2050 of kort daarna centraal komen te staan, om zo de opwarming onder de twee graden Celsius te houden.

5. Gevolgen voor ontwikkelingslanden
Op onderstaande grafiek lees je de desastreuze gevolgen van de opwarming van de aarde wereldwijd: ondervoeding, watersnood, natuurrampen en klimaatvluchtelingen. Bij 3°C opwarming leven we in een andere wereld.

opwarming aarde

Bij een gemiddelde opwarming van 3° C zullen naar schatting 330 miljoen klimaatvluchtelingen een nieuwe thuis moeten zoeken, in een wereld waar de bevolking almaar toeneemt en voedsel schaarser zal worden.